Een dag in het schakelijks leven van Maria

Een dag in het schakelijks leven van Maria

Ik had mijn wekker heel braaf om half twaalf gezet. Zodat ik zeker wist dat ik niet de schaakpartijen zou missen. Helaas werkte mijn biologische klok niet zo mee, omdat ik de volgende ochtend pas na zessen thuis zou komen. Het was overigens erg gezellig, met de Amersfoortse verliezers en het meubilair van SISSA. We hebben gelachen en gedronken tot diep in de nacht. Mijn partner in crime was ook van de partij, maar die sjaakte hem om twee uur ‘s nachts. Ik wou dat ik zoveel doorzettingsvermogen had. Hierna begonnen de Proefplankjes te rollen. Nog even en je kon mij ook naar huis rollen, wat ook gebeurde. De wekker ging om half 12. Ik kroop met mijn droge mond naar de kraan en tikte een liter water naar binnen. Iets later probeerde ik weer terug te kruipen naar mijn bed, met succes. Ik werd wakker om half 3. “Je moet wel aanwezig zijn om een verslag te schrijven, Maria.” Aldus Kees. Erg gevat en volledig terecht, dus ging ik maar opstaan. Even douchen, even klaar maken voor de knappe onbekende schakers. En dit was het moment dat ik naar buiten keek. Er klonk licht gedruppel, maar dit leek niet heel erg. Ik had me mooi aangekleed, mijn mooie alternatieve SISSA Sisters outfit. Ik had er ontzettend veel zin in. Laat die tegenstanders maar komen, niemand komt boven mijn geweldige club.

Ik zat vijf minuten op de fiets. Heerlijk zo’n regenbui. Ik had het lang niet meer zo meegemaakt, dus ik dacht “Water is goed voor de kater”. Altijd positief blijven! Na tien minuten dacht ik echter wel anders. Ik voelde me als een verzopen kat. Een echte kater dus. Maar de moed zakte niet in mijn schoenen deze keer: dat deed de regen wel. Doorweekt en vol goede moed kom ik aan op het Denksportcentrum. Er hangt een sfeer als vanouds; ontzettend veel leuke enthousiaste mensen en al eventjes aan het bier. Ik bestel een Fristi. “Wat moet jij met een Fristi?” Vraagt Paul, onze trouwste supporter. Goede vraag. Wat moet ik eigenlijk met dit veel te zoete, niet naar bier smakende spul?

Het allerleukste aan kijken naar schaakpartijen bij mij vind ik dat ik er zo intelligent uitziet. Een meisje dat bij je bord komt kijken langer dan 3 minuten staat wel goed. Die kan vast heel goed schaken en heeft de beste zet gevonden als ze naar het volgende bord gaat. Schijn bedriegt! Een tip: Dit soort aannames worden soms ook gemaakt als je met je armen over elkaar naar een bord gaat kijken en daar een aantal minuten gaat staan. Af en toe je hand over je kin wrijven. En als kers op de taart: fronzen. Heel diep fronzen. Ook kreeg ik een boks van Lucas van Foreest. Dit betekent meestal dat je erg bekwaam bent in de schaakwereld. Gelukkig heeft niemand aan mij gevraagd hoe het ervoor staat bij de teams, want dan had ik je moeten teleurstellen: “Ze zijn waarschijnlijk aan het schaken.” Credits naar Koen. Dit zal de eerste en de laatste keer zijn dat ik je noem, want anders word het wel erg pijnlijk denk ik.

Elke partij die ik heb kunnen bekijken heb ik gezien als een soort tovenaarsgevecht. Ik zat er natuurlijk niet middenin, maar wat die kerels voor elkaar krijgen is magie. Het is geweldig om te zien en het is nog mooier als de zet die jij in gedachten had wordt gespeeld (het is één keer gebeurd!). Schaken is een prachtig spel, zelfs ontroerend als je eigen club wint. Zetten waarbij je kunt voelen dat de bom is gebarsten. Met een stalen gezicht gespeeld, maar met twinkelende ogen wordt de tegenstander vernederd. Is dat sadistisch? Een beetje wel. Maar dat is toch wel het mooiste om te zien: een gebroken ego. Stukjes die net niet meer in elkaar passen, terwijl ze het toch zo hard proberen. Nu even genoeg sadisme, het moet wel leuk lezen blijven.

En mijn prachtclub won. Ik snapte de ballen van de meesterklasse, maar ik was trots op elke overwinning en elke remise. En ik leefde mee met elk verlies. Wat gelukkig weinig voorkwam, want het eerste heeft gewoon keihard de overwinning gepakt. Vooral het partijtje van Ivo! Ik vroeg of hij zijn partijtje nog een keer wou laten zien. Elke keer dat Ivo aan zet was ging zijn tegenstander zogenaamd mat. Ik wou dat ik zo’n schaakcomputerbrein had. Nog even trainen dus. Ook Zyon was erg snel klaar, een nette remise, dus ik ben met mijn brave verslaggevershoofd bij de analyse gaan zitten. Na vijf minuten aan de Fristi snapte ik nog steeds niks van die geniale zetten, dus ik dacht: “Misschien kan een biertje mij ingevingen geven waarvan ik niet had durven dromen.” Zo gedacht, zo gedaan. In totaal heb ik één zet voorgesteld met als gevolg direct paard verlies, dus daarna zei ik ook maar niks meer. Ach, ik vind paarden tot kutter dan lopers. En die had ik nog niet weggegeven, dus al met al was het een stap in de goede richting. Nadat de analyse was afgelopen (dit duurde voor mijn gevoel vijf uur) ging Zyon snelschaken tegen Ivo die inmiddels had gewonnen door een prachtig offer. Volgens mij. Dat vind ik toch zo leuk om naar te kijken! Af en toe een zet roepen die winnend blijkt te zijn is ook wel goed voor mijn ego. En ik vind het zo interessant dat die twee zetten doen als een soort geoliede machine waar zo de theorie-zetten uitdraaien. Ontzettend knap. Echt wel een aanwinst voor de club en ik hoop dat ze nog een tijdje bij de club willen blijven. Voor de rest heb ik niet meegekregen wat de meesterklasse heeft gedaan. Wel heb ik nog een lesje in mooie stellingen en matjes gekregen van Floris. Wat een leuke man is dat met al zijn kennis die hij ergens in zijn brein wegstopt en het zomaar tevoorschijn tovert op het bord. Geweldig. Hij merkte op dat ik het eerste team “de meesterklasse” noem. Ik zei tegen hem dat ik dat helemaal niet bewust doe, maar nu ik er zo over nadenk doe ik dat misschien wel bewust. Dat doe ik omdat SISSA 2 en SISSA 3 bestaan uit mensen die ik ken en waar ik vaak mee praat. Met SISSA 1 heb ik dat veel minder, dus misschien dat ik ze daarom noem bij hun klasse in plaats van SISSA 1. Wat een nuanceverschil.

Ik moet even meegeven dat alles wat hierboven staat ik in een stadium van dronkenschap heb geschreven onder invloed van vloeibaar goudgeel genot. Niet slecht, al zeg ik het zelf. Waar waren we gebleven? O ja, het waarschijnlijke schaken waar ik heb geprobeerd naar te kijken. Van de helft heb ik niet meegekregen hoe het stond, maar ik probeerde de blikken van de andere toeschouwers te lezen. Hierdoor kwam ik tot de conclusie dat ik eigenlijk helemaal geen blikken kan lezen. Tenzij elk bord op neutraal stond, wat niet zo was volgens mij.

Eigenlijk heb ik helemaal geen zin meer om het over schaken te hebben. Wat een kutsport is het. Al snel liep de fijne middag weer af en begonnen er geruchten over ergens eten. De overlopers gingen naar Four Roses/Four Horses/Iets met vier en wij gingen naar een pauper-Italiaan aan de Brugstraat. Wat een gezelligheid. We hebben het gehad over borsten, billen en piemels gepaard met pizza eten en bier drinken. Gek genoeg werkt deze combinatie erg goed. Ook hebben we hele gore aspergershotjes gehad van Pastoor. Of het waren artisjokkeshotjes. Geen aanrader, tenzij je een snelle pijnlijke dronkenschap wilt aangaan. Gure gesprekken over rompjes en persoonlijkheid zal ik even benoemen maar niet dieper op ingaan. Ook hebben we het gehad over het feit dat we Maarten missen in de groepsapp en dat hij eigenlijk hele mooie kinderen moet krijgen met de schone barvrouw Lydia. Tenminste, hier was Pastoor heilig van overtuigd. Maarten moeten we nog even ompraten, maar het is vast heel leuk om Pastoor als peetoom te hebben!

Met de buikjes vol en de mondjes droog ben ik na een erg leuke eerste ervaring met de mannen uiteten naar Hooghoudt gegaan. Waar anders ook, onze prachtige stamkroeg. We hebben het gehad over zeventien stemmen werven voor mijn voorzitterschap op de meest gekke manieren, over het feit dat ik veel te racistisch ben dan ik liefheb maar vooral over de mooie partijen gespeeld op het bord die dag. De Nederlandse hitjes en het genazi van Pastoor met zijn absolute volmacht over de muziek op de computer is ook aan bod geweest. Het werd al later en steeds meer mensen gingen weg. Ik ben erachter gekomen dat zelfs weggeefschaak met Jorden aan mijn zij niet mijn sterkste kant is met twee titelhouders tegenover me… Toch betreurenswaardig. Lydia wou graag dicht en de harde kern was nog lang niet moe, dus zijn wij nog even de stad ingegaan. Op het laatst ben ik kruipend naar de hamburgertent gegaan en vertelde ik aan Zyon hoe ontzettend lief ik hem vind. Het was een mooi einde, maar het was nog mooier toen ik mijn bedje weer zag. Mijn lief, groot ding.