Oleee, Olaaa - Op weg naar het kampioenscaaa(p)!

Oleee, Olaaa - Op weg naar het kampioenscaaa(p)!

Met de nodige moeite vonden de krijgers van SISSA 4 op vrijdag 31 maart de speellocatie van Haren & Oostermoer 2: De Octopus, de sfeervolle basisschool annex fysiotherapiepraktijk annex schaakvereniging annex sterfhuis in het oostelijk deel van doolhof Haren. Met op sommige borden enkele minuten minder op de klok, was de opdracht duidelijk: er moest in de race naar het kampioenschap gewonnen worden, en daarbij mocht het doelsaldo niet uit het oog worden verloren.

Op bord 1 speelde Stefan met de witte stukken een Franse partij die al snel in een Siciliaan veranderde en daarna transformeerde naar een stelling met kenmerken van de Niewizick-variant van de Caro-Kann. Op zet negen stond er een gedekt wit paard op E7, terwijl de zwarte koning nog beteuterd op de beginpositie stond. Dat leek een koud kunstje, maar tegenstander Hans de Graaf wist de boel toch nog te compliceren. Uiteindelijk wist Stefan in zijn compromisloze en romantische stijl de zaken nog onoverzichtelijker te maken, en enkele offers en vage matdreigingen later kon na 39 zetten het eerste puntje genoteerd worden.

Op bord 2 kwam Benno in London terecht, een stad die hij redelijk goed kent. Na wat gezwerf door de nauwe straatjes kwam hij op de brede, overzichtelijke lanen terecht die deze variant kenschetst. Veteraan Anne Haitsma toonde zich van z'n taaiste kant en vocht zich na enkele onzorgvuldigheden van Benno terug in de partij, waarna een dichtgetimmerd eindspel van tweemaal toren plus enkel paard ontstond. Toen Benno zijn paard voor de zeventiende maal op D3 plombeerde en tussendoor nog tientallen zetten vaag had gemanoeuvreerd achter de paaltjes, was het tijd voor een dubieuze piondoorbraak. Die pakte goed uit en na 113 zetten kon het tweede punt genoteerd worden.

Op bord 3 bevond Jorik zich aan de goede, namelijk witte oever van de Wolga. Na een ingewikkeld middenspel met een pion meer profiteerde het jeugdtalent en reizende ster van zijn eigen tijdnood, en offerde een dame. Bij goed spel had zijn tegenstander een interessant eindspel van toren, loper en paard tegen dame kunnen bereiken met aanzienlijke remisekansen. Johan Meirink koos er echter voor zijn eigen dame te offeren om er vervolgens achter te komen daar weinig tot niets voor terug te krijgen. Het derde punt kon niet lang  na de 40ste zet genoteerd worden.

Het vermoeden bestaat dat Willem bij het jeugdschaak een trauma heeft opgelopen met de zwarte stukken (herhaaldelijk herdersmatje?) en sindsdien weigert met zwart aan het bord te verschijnen. Er zijn hardnekkige geruchten dat hij het teamleiderschap enkel en alleen op zich heeft genomen om zichzelf consequent de witte stukken te kunnen geven. Om dit trauma voor zijn teamgenoten verborgen te houden speelt Willem vaker vooruit dan achteruit. Bronnen bij Staunton melden dat toen hij tijdens zijn partij tegen zijn lager gerate tegenstander Raoul Suurmeijer dreigde op de dertiende zet een stuk te moeten slaan en dus een van de donkere stukken aan te moeten raken, Willem snel remise aanbood. Dat nam de Haren en/of Oostermoeder na aanvankelijke verbazing snel en gretig aan.  Willem gaf zijn tegenstander met tegenzin een hand, aangezien die hand niet veel eerder uitgebreid de zwarte stukken beroerd had.

Op bord 5 bevond Marcel zich net als Jorik aan de goede kant van de Wolga. Hij koos er niet voor de goede zetten van zijn buurman te kopiëren, maar zijn eigen plan te trekken en de pion niet te accepteren. Die - of een andere - pion won hij later alsnog en in plaats van een stuk te winnen wikkelde hij professioneel af naar een iets beter eindspel. Zijn tegenstander Conrad Mostertman moest na 42 zetten het hoofd buigen. Marcel lijkt zijn vorm van twintig jaar geleden langzaam te herpakken en er kon wederom een puntje genoteerd worden.

Op bord 6  haalde Daniel een Scandinaviër met Paard F6 van stal. De bekende Molmoe-variant kenmerkt zich door positioneel spel waarbij volgens de kenners de remise kansen groter zijn dan een zege van een der beide kleuren Tegenstander Bart Romijn vindt winnen leuk, maar lang niet zo leuk als hij verliezen erg vindt en bood dus een paar keer remise aan. Na acht keer dezelfde aanbieding en een blik op de andere borden toonde Daniel zich een echte teamplayer en accepteerde een belangrijk halfje op weg naar het kampioenschap.

Op bord 7 trof Fedde tegen Emiel van der Feen een ietwat ouderwetse variant van de Moderne Verdediging, Fedde offerde op briljante wijze een stuk, maar verloor vervolgens zijn zelfvertrouwen. Gezien zijn matige resultaten dit seizoen (deze jongen kan zoveel beter!) besloot Fedde in het teambelang, en om het bloeden te stoppen, een halfje te nemen.

Op bord 8 toonde Sophie zich wederom een waardevolle invaller voor het vierde. Na de eerste beschietingen in het Damegambiet in de nahand dat transformeerde naar de Bozoi-varaint van het Slavisch won Sophie al snel op soevereine wijze een stuk van Harry de Groot. Sophie dreigde het stuk een paar keer terug te geven maar zag hier uiteindelijk vanaf waarna ze het slappe handje van haar tegenstander accepteerde.

De eindstand laat aan de verbeelding niets over: 1,1/2 - 6, 1/2. Goede zaken op weg naar het kampioenschap. Na ons gelijkspel in de eerste ronde tegen directe concurrent Roden beloofde de competitie een  strijd der bordpunten te worden. Die strijd lijkt in ons voordeel beslist. Tegen nummer drie Van der Linde hebben we aan overwinning genoeg om het kampioenschap binnen te slepen.

Op naar 12 mei!