Wiebe vertelde me na afloop van zijn partij hoe SISSAanen na 1.d4 d5 vaak 2.Pc3, 2.Lf4, 2. Lg5 of een combinatie van voorgaande spelen en dat het geen enkele zin heeft om je op deze openingen voor te bereiden. In plaats daarvan moet de nadruk liggen op “de nabereiding”. De nabereiding. Het hele weekend echode dit woord, waarvan ik tot vrijdagavond het bestaan nog niet kende, door mijn hoofd. Natuurlijk ken ik wel veronderstelde synoniemen zoals het nabespreken, afhandelen, analyseren, maar die woorden proefden anders. Anders qua definitie in tijd en ruimte (zoals het afhandelen, wanneer iets tot een einde komt, en analyseren, wat zich beperkt tot hetgeen dat grondig wordt onderzocht om het beter te begrijpen). Nabereiden klonk veelomvattender, als ware een continu proces, waarbij de tegenovergestelde voorbereiding eindigt als je of het voorbereidde voorbij bent, of meer praktisch de partij waarvoor je hebt voorbereid is afgelopen, daarentegen kan het nabereiden het startschot zijn voor nieuwe voorbereiding, waarbij je voorgaande voorbereidingen (maar ook nabereidingen) mee kunt nemen naar een nieuwe nabereiding, hetgeen zich almaar opstapelt ad infinitum. Nabereiden spreekt bovendien ook meer tot de verbeelding vanwege de nadruk op bereiden, bijvoorbeeld een brood of een maaltijd, om op te warmen of verder te garen. Het betekent een gerecht klaarmaken met ingrediënten. En een goede schaakpartij is als een warme maaltijd die je goed kunt voorbereiden (mise en place, heb je alle onderdelen klaar en binnen handbereik om op de juiste momenten te gebruiken), maar ook één die nooit klaar hoeft te zijn, mits je de tijd en het geduld hebt om na te blijven bereiden. Zo kan je als schaker, in tegenstelling tot een chef, voorgaande gerechten altijd weer opdienen, verfijnen, aanscherpen, zonder risico op bederf. Misschien schuilt de kracht van ons team in de nabereiding, ook al hebben we dit nooit zo genoemd. Zoals het woord voorbereiding een duidelijk verband legt tussen het voorgaande en het nu, is de nabereiding een brug tussen het nu en het voorgaande in de toekomst. Waarbij we verschillende (maar niet uit te sluiten dezelfde) maaltijden bereiden door middel van onze gedeelde rituelen ter voor- en nabereiding, op vele plekken in de ruimte, maar nog veel vaker op ons ankerpunt, waar we samenkomen en de tijd langzaam smelt, gelukkig gevangen tussen die twee uitersten, of juist gelijkwaardige uiteinden van dezelfde cirkel?
De kop is eraf. Het wordt ongetwijfeld weer een mooi seizoen!
Mathijs


