30 maart j.l. NOSBO-beker <1900. 1 team, 1 taak.
De mannen geselecteerd? Tije, Tjeerd, Michel en ondergetekende.
Dit verhaal begint in een pittoresk woninkje, waar een pre-schaakje wordt gedaan, muziek wordt geluisterd en eten wordt genuttigd.
Zoals altijd ontlokt de vraag: “Wat zullen we eten?” geen enkel antwoord waar een mens iets mee kan, dus ik los het zelf maar op. Madras. Makkelijk, lekker en vegan. Kampioensmaaltijd, wordt het ook wel genoemd.
De vraag van vandaag: “Kan je pittig eten?”. Ons nieuwe teamlid antwoordt volmondig “Ja”.
Terwijl Tjeerd en Michel analyse aan het doen zijn en wat blitzjes spelen, zijn Tije en ik hard aan het werk om het eten voor te bereiden. Nou is het voorbereiden niet meer dan spul snijden en het dan in de pan mieteren, maar goed, koken is zwaar werk, volgens sommigen. Tip van Flip: gooi de sneue rode pepertjes in de pan vlak na het fruiten van de ui, dan blijft er meer over van de capsaïcine in het eten.
Daarnaast is het handig om de sambal ook relatief vroeg toe te voegen.
Nadat het zo’n 20 minuten op de kookplaat heeft gestaan, is het klaar om de tafel te dekken en te gaan eten. De eerste hap wordt genomen en meteen komt de eerste opmerking dat het tamelijk “gekruid” is. Daarnaast komen de rode pepers mijn kant op.
Na het openingsgambiet, werd er overigens flink doorgegeten en werd de maaltijd voor 8 door de 4 teamleden opgemaakt. Skjin op. Nog even opruimen en de vaatwasser inruimen en het is tijd voor vertrek. Of toch niet, want eerst moet er een spoedkoffie genuttigd worden. Deze koffie, alhoewel lekker, betekent vervolgens wel dat we zeiknat worden geregend onderweg naar de speellocatie. Waren we 10 minuten eerder vertrokken, was ons dit lot bespaard gebleven. Een perfecte dag om dit over je heen te krijgen, gezien we zometeen die verdraaide groepsfoto gaan maken.
De vier natte honden arriveren op locatie en worden warm onthaald. Daarnaast is er een professionele fotograaf op locatie, die met alle liefde een mooi kiekje van ons schiet. Dank hiervoor, Govert.
Na de foto kunnen we vrij snel gaan loten. “Niet weer zwart!” zegt Michel. Niets bleek minder waar. Zwart op de oneven borden (Michel, Tije) en wit op de even borden (Tjeerd, Ruben). Na het startschot doe ik een paar zetten en kijk ik naast mij; ik zie 3 vastberaden blikken, klaar om het welbekende SISSAanse pak rammel uit te delen. Of was het een pak slaag? Geen idee. We willen winnen, is wat ik probeer te zeggen.
Maar winnen is niet alles. Je wilt niet je hele leven een minimumlijder zijn. Je dient goede cijfers te halen, zodat je een goed rapport hebt, zodat je daarna meer opties beschikbaar hebt. Kunnen wij ons losmaken van het geboortepredicaat, dat ons allen heeft geprobeerd te verbannen tot het pertinent kiezen van de weg van de minste weerstand?
Michel speelt tegen jeugdtalent Kudernac. Ik zie hem schuiven naar een stelling die maar al te bekend is. Dagen, NEEN, weken heeft de man deze stellingen geanalyseerd. En het heeft hem geen windeieren gelegd, want na 15 zetten kan zijn tegenstander opgeven. Hij heeft, in een vlaag van verstandsverbijstering, gemist dat Michel, door middel van een slim intermezzo, een heel stuk kan ophalen. Ik ben toevallig net aan de wandel wanneer ik hem zie staan. Ik vraag hem hoe hij zich voelt, waarop hij antwoordt: “ik sta een stuk voor, dus best goed”. Ik ren naar het bord en zie, tot mijn grote verbazing, dat er een stuk meer is voor Michel, evenals een dodelijke aanval op de witte koning. Dit kan niet lang meer duren. Nog geen 10 minuten later is het klaar en kan het eerste puntje worden bijgeschreven. Voor zijn prestatie krijgt Michel een 9.5 op zijn rapport. Prachtig. Niks meer aan veranderen. Het kan een 10 worden als je de openingskeuze aanpast volgende partij. Dat is overigens een stukje smaak.
Terwijl we het punt vieren bereikt het nieuws ons dat Tjeerd zijn tegenstander zo mat gaat zetten. Die heeft gebruik gemaakt van een techniek die we ‘een pion blunderen, om vervolgens je tegenstander te verleiden tot het snaaien van nog een pion, waardoor je een mataanval meteen aangereikt krijgt’ noemen. Onze debutant is erin geslaagd om zijn doel te bereiken. Wat een klasse. Wat een stijl. Hij krijgt een 9 voor zijn mooie optreden. Met passie gespeeld. Gewonnen. Wat wil je nog meer?
Tije en ik strijden nog steeds. Nadat ik een pion heb ‘geofferd’ en de dames ‘vrijwillig’ heb geruild, is er nog een hele klus voor mij over om dit puntje uit het vuur te trekken. Tije moet zijn gekke pionnen verdedigen en niet mat gaan achter de paaltjes. Lijkt te doen. Ik loop terug naar mijn bord en zie dat mijn tegenstander zo gracieus is geweest om een pion terug te storten op mijn bankrekening. Ik bedank hem vriendelijk en accepteer het aanbod. Een paar zetten later biedt hij mij nog een aan. Ik bedank hem opnieuw en accepteer wederom het vriendelijke gebaar van de thuisspeler. Met winst in gedachte ruil ik af naar een omgekeerd lopereindspel met een pion meer en accepteer resoluut zijn remiseaanbod. 2.5-0.5. SISSA wint! Ik wou dat ik meer kon zeggen over mijn partij, maar ik bak er niks van, dus het is wat het is.
Alle ogen zijn inmiddels op Tije gericht. Kan hij dit houden? Kan hij winnen? Ik denk dat hij kan/zal winnen. Da3 zaken. Wat blijkt? Het was altijd remise. Zo zie je maar weer: het heeft geen zin om proberen te winnen, schaken is namelijk altijd remise. Behalve op de bovenste borden, daar winnen wij.
Is dit het beste voorbeeld van die welbekende SISSA beatdown? Ja. 3-1 tegen een formidabele tegenstander, uit in het levensgevaarlijke Helpman. Bij de vijand Staunton op bezoek.
De winst boeit me echter niet. Er wordt wel eens gezegd dat het niet gaat om het bereiken van het doel, maar om de vrienden die we onderweg maken. Ik heb misschien wat lelijks tegen Sjoerd gezegd in een opwelling van emoties (sorry daarvoor, nogmaals), maar vriendschap was de échte overwinning die gister is binnengehaald. Dat, en de finaleplaats, wanneer we mogen strijden voor het echte, hypothetische goud.


