Hee, tuig!
Op weg naar het Denksportcentrum voeg ik dat in het voorbijfietsen toe aan drie voor de deur van hun clubhonk aan de Hereweg rokende spelers van LOS. Ze lachen als ze me herkennen. Ik vergeet ze sterkte te wensen voor hun wedstrijd. Moet weer voor me kijken om m’n stuur recht te houden, anders hebben ze nog meer te lachen.
Jan Joris roept iets. Ik versta het niet, interpreteer het maar als ‘succes`. Of was het een toepasselijk Duits woord waarvan wij ons als half- Duitsers graag bedienen? De avond ervoor hebben we in H-tje ons Duits repertoire wat bijgepunt. De Lossers kunnen in tegenstelling tot ons team nog wel wat succes gebruiken.
Noot redactie: opheldering vindt plaats in de clubapp:

Want wij freewheelen naar het einde van de competitie. 7 matchpunten in de tas en straks tegen Staunton 2, de nummer laatst en virtueel al gedegradeerd. Thuis in het DSC. Daar zet Edwin me bij aankomst onmiddellijk aan het werk door hem te helpen met met het versjouwen van een tafel. Ik had me een andere ontvangst voorgesteld. Na tien meter weiger ik verdere medewerking onder het mom, het is niet eens een mom, dat ik als teamleider mijn Staunton- collega om de opstelling ga vragen. Die heeft ‘ie niet zo snel paraat. Verontschuldigt zich omdat die moet worden opgezocht op zijn mobiel. Sans gêne zeg ik dat die van mij ook alleen via een app beschikbaar is. Waar zijn de tijden gebleven dat teamleiders met enig decorum hun opstellingen op een fatsoenlijk scoreformulier overhandigden aan de wedstrijdleider. Tussendoor vraagt Rolf Yska, een uitgedraaide Spassky, of ik wedstrijdleider wil zijn in plaats van hijzelf.
De Spassky’s spelen als enige andere Groningse club vandaag ook in het DSC. Tegen Assen, de koploper en concurrent van LOS in 2A. Als ze Assen punten afhandig maken, kan LOS alsnog kampioen worden. Rolf weet namelijk niet hoe je klokken bijstelt als er gelazer is. Bijvoorbeeld als straf tijd er af halen bij een overtreding. Daar zijn lijvige KNSB handleidingen voor. Dus weet ik dat óók niet. We besluiten de taak te delen en er van uit te gaan dat onregelmatigheden op het bord in der minne worden geschikt.
Slagorde: 1. Edwin, 2. Niels, 3. Tije, 4. Joris, 5. Ruben, 6. Michel, 7. Maarten, 8. Carl.
De telefoon van de Staunton teamleider blijft nog even aan. Hij probeert een speler te bereiken. Mijn tegenstander. ‘Dat is niets voor hem´, zeggen Stauntonners, ‘als er maar niets gebeurd is´. Omstreeks half twee wordt na eindelijk contact te hebben gehad duidelijk dat het een NO wordt. ‘Wedstrijd door het hoofd geschoten’, is de verklaring. Nou ja, ik speel liever, maar een punt is een punt. Kan ik me nog meer verlustigen in het spel van mijn teamgenoten.
Aantekeningen maak ik niet. Gecombineerd met mijn beperkte geheugen en overvloedig drankgebruik tijdens genoemde avond, heeft dat helaas repercussies voor de kwaliteit van de weergave van de gebeurtenissen op de borden. Voordeel is dat ik misschien sneller klaar ben met dit verslag.
De openingen en aansluitend middenspel bij zowat alle Sissanen zijn niet regulier, kan ik wel meedelen.

Wat te denken van een paard dat Niels op b6 laat verdwalen en geen vluchtvelden heeft. Waarbij komt dat het wordt aangevallen. Hoe komt die knol daar in godsnaam terecht? Zijn tegenstander loopt zelfverzekerd langs de andere borden, af en toe kijkend of Niels nog iets weet te verzinnen of opgeeft. Verbazingwekkend genoeg weet Niels het nog te schoppen tot kwaliteitsverlies. Lijkt daar nog wat minieme compensatie voor te hebben door ontwikkelingsvoorsprong. Maar na onvermijdbare ruilacties verdampt dat.
1–1.
Onbegrepen gedrag op bord 1. Daar graait Edwin, ‘wil wel wat weerstand’, een pion op de damevleugel terwijl het red alert is in zijn koningsstelling. Een horrorscenario waarin dame, toren én paard mat gaan zetten. Bij zijn tegenstander brandt echter ook een circuit door. In plaats van het optimale mat in twee, zet hij mat in één met z’n dame. Klinkt enigmatisch, maar ceci n’est pas un mat. Hij blijkt te hebben genegeerd dat z’n eigen koning schaak staat. Mag niet, weten we allemaal. Wedstrijdleider erbij. Kutje, moet ik tóch ingrijpen door een tijdstraf te geven. Nu val ik door de mand natuurlijk. En hoeveel tijd moet er af? Ik gok tien minuten. Achteraf klopt dat zelfs. Maar van Edwin, die mijn gestuntel waarschijnlijk niet langer kan aanzien, hoeft die tijdstraf niet omdat ze toch veel tijd over hebben. De laiverd, het Friese alternatief weet ik niet. En vooral: omdat hij ziet dat hij nu zélf wint. Edwins tegenstander moet een reguliere zet uitvoeren en wil zijn koning uit het schaak zetten. Mag niet van Edwin, die subiet eist dat de aangeraakte dame het schaak opheft. Edwin slaat die er af, met schaak. Daarmee een tempo winnend om het paard te slaan. Stuk voor. Zijn ontgoochelde tegenstander geeft op. Volgens Tartakower is de winnaar van een partij degene die de voorlaatste fout maakt.
2-1.
Ruben ziet er wat ongelukkig uit. Af en toe een stuk stof in de vorm van een forse hoodie, of, naar keuze, een royaal uitgevoerde das over het hoofd trekkend. Je kunt er mee zeilen. Alsof ‘ie zich verschuilt. Een blik op het bord verklaart een en ander. Er staat een witte pion om c7; een gemene doorn in het vlees. Geen ruimte om het ding head-on aan te pakken. En dat allemaal als verre nasleep van zijn f5 opening. Misschien dat er iets aan het openingsrepertoire valt op te poetsen. In ieder geval moet hij om onmiddellijke gevaren af te wenden pionnen inleveren. Die komt hij tekort in het eindspel. Ruben plaatst achteraf wel vraagtekens bij de speelgerechtigdheid van zijn tegenstander. Die had gespeeld voor Staunton 1. Nou, dat mag. Zelfs drie keer en daarna nog spelen voor hun 2e. Mits hij bij het begin van de competitie niet is opgegeven voor het 1e. Ik vind wel dat Ruben van alle Sissanen, en dan zeg ik ook allemaal, de meest onconventionele garderobe heeft en die ook durft aan te trekken.
Niettemin 2-2.

Ah, Joris. Vaak opererend op bord 1 neemt hij zonder klagen een voorbeeldige verantwoordelijkheid voor het team. Dat hij tegen de opperhoofden van de andere teams geen plusscore heeft weten neer te zetten, kunnen we hem niet euvel duiden. Nu op vier maar eens een punt scoren. De man is ontketend. Zijn tegenstander wordt teruggedrukt, met als exemplarisch voorbeeld van een toren op a7 die niet naar a8 of b7 kan. Dat gevoegd bij het feit dat er een vastgenagelde pion op c7 staat, illustreert de machteloosheid van zijn tegenstander. Daarna begint sloperij Spanjer het in stupor geraakte materieel te elimineren. Dat is nog eens een fijne seizoensafsluiting.
3-2.

De fijnheden bij de partij van Maarten ontgaan me door genoemde tekortkomingen mijnerzijds. Wel denk ik dat het kort na de opening niet zo denderend gaat. Minder ontwikkeling en een lastige pion die in zijn koningsstelling is geduwd. Het gaat niet mat of zo, maar het oogt niet best. Iets op de andere vleugel proberen dan maar. Gaat ook niet echt lekker. Toch weet Maarten nog een wankel lijkend evenwicht te bewaren. Even lijkt het er op alsof hij in een matnet terecht komt, maar dat wordt voorkomen. Krijgt na wat verwikkelingen, en als zijn tegenstander het vruchteloze van verdere pogingen inziet, een remise-aanbod. Mag hij aannemen.
3,5- 2,5.

Michel moest weer even in de gelegenheid worden gesteld om op 50% te komen. Dat doet hij niet in hoera-stijl, edoch langzaam maar zeker in het voordeel komen en een pion buit maken. Hij heeft ook nog eens het loperpaar in een redelijk open eindspel tegen loper plus paard. Ik tel het punt alvast. In het verdere verloop blijkt dat het niet zo makkelijk gaat. Ruilt een loper, waarschijnlijk in de verwachting dat zo de winst dichterbij komt. Maar de weerstand die het paard biedt, voorkomt felicitaties. Dat houdt Michel’s tegenstander niet vol. Juist op het moment dat die remise kan maken met de juiste paardzet, kiest het beest een verkeerde afslag. Met het binnendringen van de koning in de vijandelijke linie is het klaar.
4,5-2,5.

Tije is ondertussen nog bezig in een eindspel met zware stukken. Lang daarvoor heeft hij met verzorgd spel druk uitgeoefend op een d4-isolani. Die pion ging er uiteindelijk af. Mooi zo’n pluspion in een eindspel met ieder een toren en een dame, maar wat doe je er mee? Het is wel een pluspion die al op de derde rij staat, maar je kunt er niet mee promoveren. Edoch is er geen fatsoenlijke vijandelijke koningsstelling. Tije’s eigen koning is wel veilig. De vrijpion wordt opgegeven in ruil voor een pion op de koningsvleugel. Na torenruil schakelt Tije ook zijn koning in, waarbij hij in staat is de schaakjes af te weren. Dat geeft de doorslag. Er wordt met dames gemanoevreerd waarbij Tije door die beroerde koning het initiatief heeft. Weet dameruil af te dwingen en krijgt daarna een hand toegestoken.
5,5-2,5.
Deze laatste wedstrijd hebben we als SISSA2 in stijl afgesloten. 9 matchpunten, en het had er achteraf gezien één meer kunnen zijn. Vooraf was handhaving het doel, eigenlijk hadden we daar na de winst op ZSG niet aan getwijfeld, eindigen we nu zelfs in het linkerrijtje. Het kampioenschap zat er echt niet in, zeker niet met een eindelijk goed presterend SISSA 1 in onze klasse. Van die plaaggeesten (daar leden we de dikste nederlaag tegen) zijn we volgend seizoen verlost. Succes gewenst in de 3e klasse. Als wij ons kunnen versterken, of met het huidige team nóg beter voor de dag komen, kunnen we ook de andere teams aan die nu nog boven ons zijn gefinished.
Noot Edwin: op de vraag ‘waar gaan we eten’? antwoordt Carl: ‘als het maar geen burgertent is.
We aten bij Wereldburgers.


