Door Carl
Voor wie spelen we eigenlijk? Voor onszelf natuurlijk. Of toch ook voor SISSA 1? We gunnen onze toppers graag een treetje hoger in de 3e klasse. Dat doen we door titelconcurrenten zoveel mogelijk match- en bordpunten afhandig te maken. Dat deden we al tegen Zwolle en precies dat is de bedoeling tegen HSP/Veendam. Omgekeerd rekenen we wel op wederdienst door onze concurrentie het leven moeilijk te maken. ‘Samen voor ons eige’ om de verkiezingsslogan van Koot en Bie’s Tegenpartij maar eens aan te halen. Dat lukt aardig, want SC Leeuwarden wordt door ons vlaggeschip ingemaakt met 6-2. Zou het eerste dit seizoen de seizoenenlange reputatie van notoire onderpresteerders kunnen afschudden? Wij verliezen met 3 ½ – 4 ½. Ik vind dat netjes. Al zat er misschien een half punt meer in.
Vooraf natuurlijk deliberaties wie waar aan de borden plaatsneemt met het oog op de mogelijke opstelling van HSP. Is niet makkelijk in de SISSA hoogconjuctuur. Vier gewaardeerde krachten die zich voor actieve dienst hadden gemeld, moeten het veld ruimen. Zo krijg je steeds meer oog voor de taak van bijvoorbeeld Bosz van PSV. Wie moet hij nu weer op de bank laten zitten? De selectie: 1. Joris, 2. Tije, 3. Niels, 4. Maarten, 5. Edwin, 6. Michel, 7. Tjeerd M. 8. Rosaline. Gemiddelde rating: 1884. HSP/Veendam: 2013 (meer dan SISSA1 met 1991)
Gebeuren er gekkigheden in de openingen? Ja, wel een paar. Zo schuiven Maarten, Michel en Tjeerd al vroeg flankpionnen naar voren in openingen waar anderen, verreweg de meesten schat ik in, zich de vingers niet aan zouden branden. Geen idee nog hoe dat kan uitpakken. Niels doet wel heel gek, maar heeft een gezichtsuitdrukking alsof hij het wel eerder heeft gezien. Dat klopt, want zijn tegenstander marcheert regelrecht de prep in. Niels beukt pion f2 er met een paard af en kan zo op het oog een kwaliteit ophalen. In het voorbijgaan op de gang vertrouwt Niels me toe dat hij gewonnen staat. Mooi, kan ik alvast een virtueel punt noteren. Wel nog even waarmaken natuurlijk. De andere vier opereren met wat meer subtiele middelen in iets wat voetbalcommentatoren een schaakpartij zouden noemen.
Voor de afwisseling maar eens een verslag per bord en opvolgend resultaat. Dan kom ik terug op Niels. Zijn weinig benijdenswaardige tegenstander gebruikt steeds meer tijd en plukt steeds vaker aan z’n sik in een steeds hopelozer stelling. Niels lijkt alleen na te denken om er zich van te vergewissen dat hij z’n zetten in de juiste volgorde doet. Pakt inderdaad een kwaliteit, smoort wat tegenkansen, ruilt tussendoor wat stukken waaronder de dame. Als zijn tegenstander alleen een nog een hopeloos paard bezit en wat verspreide pionnen komt het onafwendbare einde snel. Een uit het boekje. 1 – 0
Geen idee of de opening van Tjeerd een naam heeft. Al zou ik ook dan die niet weten als die de boeken heeft gehaald. Duwt al vroeg zijn h-pion naar voren. Zijn tegenstander lijkt wat onaangenaam verrast en komt in het vroege middenspel wat minder te staan. Vindt Tjeerd zelf ook. Maar gaandeweg vervlakt de stelling, zeker na dameruil. Vraagt of hij met het oog daar op remise kan nemen. Nou ja, met zwart tegen een goede opponent moet dat kunnen. Die jongen is goed bezig. 1½ – 1½.
Rosaline hanteert ook al weer zo’n opening waarvan ik de naam niet weet, iets met Pf3 en c4. Ze komt eigenlijk niet zo gek te staan. Opvallend is dat alle lopers, ook die aan de overkant, in het middenspel op de fianchettovelden staan. Dan wordt er een witte centrumpion geslagen door een zwarte pion. Rosaline stelt terugnemen uit, want dat zwarte dingetje is toch niet verdedigbaar. Eerst wat andere zetten. Niet de juiste, want er duikt later een zwarte f-pion op die gevaar sticht. Dat bezweren en de pion terugnemen vraagt te veel van haar stelling. Dat laatste lukt, het eerste niet. De f-pion vorkt koning en toren. Nou was Rosaline niet in al te beste fysieke conditie, ze moest de vrijdagavondprep ten huize van Niels daarom aan zich voorbij laten gaan, maar dit had een beter lot verdiend. 1½ – 1½.
Michel schopt wat pionnen naar voren. Eén te veel bij het gekozen vervolg. Moet besluiten welke hij kwijt wil tegen zo goed als geen compensatie. Hij gaat zelfs steeds slechter staan, ook zonder de minuspion in aanmerking te nemen. De bezetting van de open d-lijn door de vijandelijke torens in combinatie met een vervelend opgesteld paard doet het ergste vrezen. Daardoor geen manoevreerruimte. Duurt dan ook niet lang voordat het voorbij is. 1½ – 2½.
Nu is het tijd voor een opkikker. Maarten dirigeert e -en f-pion richting ongerokeerde vijandelijke koning al vroeg vanuit een opening waarvan ik eerst een half uurtje moet liggen als ik zoiets zie. Ik ga er van uit dat het allemaal klopt, omdat zijn tegenstander degene is die daar werd verwacht. Die moet wel de rokade opgeven om de f-pion terug te nemen met de koning, maar staat die daar wel zo slecht op f7? Nee, want in het vervolg gaat een pion verloren zonder repercussies voor zijn tegenstander. Later worden ook dames geruild wat de kansen op behoud verder minimaliseert. Wel heeft hij de stukken die hij nog over heeft, twee lopers, paard en toren, actief staan, maar zijn tegenstander ook. Napoleon eiste van zijn generaals dat ze geluk hebben.
Nou wil ik daarmee niets afdoen aan de mooie prestatie van Maarten, maar na het aanbieden van een tweede pion, die argeloos wordt genomen, kan hij het paard in een acuut dreigende positie brengen. Precies waar Maarten op speculeerde. Zijn tegenstander weet ook na lang nadenken geen oplossing te vinden. Met een paardschaak dat de koning naar een gewenst veld drijft, anders gaat er een stuk af, deelt Maarten loperschaakjes uit die de koning naar een veld dwingen waar het paard het laatste schaak geeft. Prachtige matvoering. Ik zeg: uitprinten, omlijsten en ophangen. 2½ – 2½.
Mooi zo’n gelijke stand, maar Edwin moet z’n openingsrepertoire, vooral dat Frans, toch eens wat oppoetsen. Hij komt in een stelling waar hij als tacticus weinig mee kan beginnen. Geen ruimte, vijandelijk steunpunt op e5, loper en dame gericht op z’n gerokeerde koning en pionnen in aantocht. Dat moet een keer mis gaan. Gaat het ook, want als de koningsaanval even niet vordert, dat kreeg Edwin dan nog wel voor elkaar, verandert zijn tegenstander van tactiek en tripleert het zware materieel op de half open d-lijn. Dat kost Edwin een pion. Even later wordt de koningsaanval weer opgepakt en nu beslissend. 2½ – 3½.
Aan Tije en Joris de zware taak om er tenminste anderhalf punt uit te slepen. Tije lijkt het na de opening niet echt moeilijk te hebben. Wel staat een dame vanuit de verte gericht op zijn korte rokadestelling en er zwerft ook een vijandelijk paard in die buurt, maar het ziet er niet uit alsof hij daar iets aan moet doen. Later, in het middenspel, lijkt hij wat minder te staan door activiteit van de zware vijandelijke stukken. Als de lichte stukken zijn geruild, komt het tot een treffen van de torens en dames. Daar weet Tije heel behoorlijk uit te komen. Het resterende enkel toreneindspel met ieder nog veel pionnen moet toch houdbaar zijn. Dan duikt een probleem op in de vorm van de vijandelijke koning. Die krijgt ruimte om in het centrum pionnen te belagen, terwijl die van Tije zich moet beperken tot verdedigen van een randpion. Dat gaat een pion kosten.
Tot overmaat van ramp is er een door die koning gesteunde vrije f-pion in aantocht. Na torenruil, wat door diverse waarnemers werd afgekeurd, maar misschien was het onvermijdelijk, geeft niemand nog een cent voor zijn kansen in het pionneneindspel met een pion minder en een passieve koning. Tije is taai. Hij schopt het tot veler verbazing tot een wederzijdse race om dame te halen. Zijn tegenstander komt als eerste aan de overkant, kan schaak geven voordat Tije kan promoveren. Maar aangezien het een a-pion betreft, is het eeuwig schaak of pat. 3 – 4.
Dan het epos Joris. In het Denksportcentrum misschien wel de door een Sissaan gespeelde partij die in het laatste half uur ter plekke het langst en door de meeste toeschouwers is gevolgd. We hadden een kleine tribune kunnen vullen. Hij gaf aan wel op bord 1 te willen spelen. Ambitie moet je belonen. Bovendien kan de vijandelijke prep de prullenbak in. Hij lijkt na een uur of twee in een uit het Spaans ontstane stelling nauwelijks problemen te hebben. Zijn tegenstander overigens ook niet. Er is een open a-lijn, maar die is wederzijds bezit. Een zet of tien verder is via de a-lijn toch een witte toren z’n stelling binnengedrongen. Ook staat een wit paard op de loer om een pion mee te graaien als je even niet oplet. Gelukkig is de witte loper niet in staat bij te springen. Zelden zo’n slechte goede loper gezien.
Joris kan nog niet veel meer doen dan achterin blijven staan met toren en twee paarden. We zien evenwel niet hoe de tegenstander iets kan forceren. Totdat de witte toren door de paarden wordt aangepakt en de a-lijn verlaat. Die neemt Joris nu over en dringt met zijn toren de witte stelling binnen, z’n opponent dwingend tot een stukoffer voor twee pionnen. Is dat gewonnen? Waarschijnlijk. Maar hoe? Hij moet met het extra stuk wel twee verbonden vrijpionnen van zich af houden. Wat volgt is een reeks zetten waarbij de kansen in wederzijdse tijdnood lijken te wisselen tussen winst voor Joris en remise. Door een miscalculatie moet Joris z’n paard offeren voor een pion. Niet meer te winnen. De computer weet er ongetwijfeld wel raad mee, maar correct spel is met weinig tijd moeilijk te vinden. Als alle pionnen verdwenen zijn, is remise een feit. Applaus. 3 ½ – 4 ½.
Tot op het laatst zat er een 4-4 in tegen het op papier sterkste team. Dat haalden we niet, maar het kampioenschap, en wat dacht je van degradatie, kan ook op bordpunten worden beslist. Daardoor gaat ons eerste nu aan kop in 4A. Ze moeten dan wel, al in de volgende wedstrijd, zelf afrekenen met HSP. Ik ben vooral tevreden over het feit dat we aan de eerste vier borden een score haalden van 3 uit 4 tegen een gemiddelde rating van 2073. Over drie weken krijgen we met TAL 1 alweer een titelpretendent voor de kiezen. Maar daar hebben we nu best vertrouwen in. ‘Samen voor ons eige’.


