Disclaimer: Dit verslag is zelfs voor mijn doen bovengemiddeld neerslachtig en cynisch. De mogelijkheid van het schrijven van dit verslag is benut als uitlaatklep voor zorgvuldig opgebouwde frustratie. Niet alles (of eigenlijk niks) van wat ik hier schrijf is waar. Lees hem niet als je in een goede bui bent. Die kan namelijk verpest worden. Lees hem ook niet als je zelf al in een neerslachtige bui bent. Die kan namelijk verergeren. Lees hem eigenlijk maar helemaal niet.
Met tegenzin, welke even fris is als het weer, fiets ik naar het DSC. Er is deze week van alles gebeurd waardoor mijn levensvreugde als sneeuw door de zon verdwenen is. Zo besloten mijn bestuursgenoten dat het een goed idee was om bepaalde irritaties niet uit te spreken, waardoor ik tot laat in de avond mocht optreden als ‘ad hoc-psycholoog’ om een bestuursimplosie te voorkomen. Daarnaast wil ook het studeren niet goed lukken. Mijn keuze voor twee academisch uitdagende studies heeft de consequentie dat de studies ook daadwerkelijk academisch uitdagend zijn geworden. Ik denk jammerlijk terug aan mijn betoog in de clubapp dat te weinig mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun keuzes en dat het makkelijk is om de schuld ergens anders neer te leggen. Ik betrap mezelf erop dat ik de neiging heb om het laatste te doen. Zo zijn er grofweg drie redenen te onderscheiden waarom mensen rechten gaan studeren:
- Ze wisten niets beters.
- Ze willen de wereld verbeteren.
- Ze willen beter worden in het winnen van discussies.
De eerste groep houdt het in de regel niet lang vol. Wegens een gebrek aan passie wordt er niet gestudeerd. Na één, hooguit twee, blokken zijn deze mensen met de noorderzon vertrokken van de opleiding.
De tweede categorie raakt al vrij snel gedesillusioneerd. Om via het recht een betere wereld te creëren (hoe die ook moge luiden) is in onze democratie politieke wil nodig. Aangezien onze nationale (maar ook de internationale) politiek vooral bezig is met elkaar de tent uitvechten, diploma’s verzinnen en zo hard mogelijk werken om beloftes vooral niet waar te maken, is er geen ruimte meer om de wereld echt te verbeteren. De rechtenstudie is voor dit soort type mensen (enkele uitzonderingen daargelaten) veelal zinloos.
Ook de derde groep, waar ik aanvankelijk toe behoorde, komt bedrogen uit. Weliswaar worden zij vrij goed opgeleid om op juridisch gebied een discussie te winnen, maar zodra zij het gesprek met een eigenwijze niet-jurist aangaan komen zij er achter dat dat niet uitmaakt. In wezen is zo’n gesprek hetzelfde als schaken tegen een duif. Je kan wel winnend staan, maar dan vliegt de duif alle stukken omver en schijt tot besluit op het bord. Tot een schaakmat zal het in ieder geval niet komen.
Ik heb daarom maar besloten om mijn levensgeluk te halen uit het opsluiten van mijzelf in mijn kamer/kantoor en daar eindeloos naar een wetboek en juridische databases te kijken. Aardigheid krijgen in de systematiek van het recht en het verzinnen van nieuwe (en overigens ook kansloze) redeneringen verzinnen zijn voor een autist als ik hemel op aarde. Dat mijn studie mij verplicht tot empirisch onderzoek (en dus contact met andere mensen) is iets wat mij absoluut niet aanspreekt. Datzelfde geldt ook voor een vak over wetenschapsleer. Kennelijk verlangt men van een universitaire rechtenstudent een grondige kennis van de methodes van andere wetenschappen, terwijl de beoefenaars van die wetenschappen de rechtswetenschap veelal niet eens als wetenschap beschouwen. Het enige nuttige wat ik thans uit dat vak heb gehaald is het falsificatiecriterium van Popper, nu dit ook de manier schijnt te zijn hoe men moet schaken: zoek niet naar een reden waarom een kandidaatzet goed is, maar juist naar een reden waarom die zet slecht is. Dat schijnt blunders te voorkomen.
Nu had ik een Sjoerdje kunnen doen en volstaan met vermelden dat SISSA VI wint met 3-1. Daarmee zou ik echter niet recht doen aan het verloop van de partijen. Dat brengt bij mij dan toch weer terug naar het DSC.
Ondanks de tegenzin heb ik toch maar besloten te komen. Er waren al dusdanig weinig SISSANEN beschikbaar dat Lucas moest invallen (waarvoor nogmaals dank), dus een no-show zou sowieso een 0 opleveren. Dan maar proberen het beste er van te maken en goed gebruik te maken van het falsificatiecriterium van Popper. Echter, zoals door diverse analisten bij de 1.500 meter van Joep Wennemars is opgemerkt, frustratie vreet energie en geeft daarvoor niks terug. Het duurt dan ook maar 15 zetten voordat het falsificatiecriterium niet wordt toegepast en ik een ‘remove the guard’ wordt mis. Mijn pion valt nog harder dan de shorttrack-vrouwen op de 1.500 meter. Typisch. Nu ook het laatste beetje positieve energie mijn lichaam heeft verlaten, doe ik nog een paar kutzetten. Gelukkig voor het team waren de zetten niet dusdanig slecht dat het gelijk een straal verloren positie oplevert. Tijdens mijn toiletbezoek winnen de mannen wel dominant de relay-finale bij het shorttrack. Dat Nederland zo veel medailles op het shorttrack zou halen hadden niet veel mensen verwacht. Ik besluit dan ook hier een voorbeeld aan te nemen en er nog eens even goed voor te gaan zitten. Dat betaalt zich uit. Na nog een stuk of 30 zetten aanmodderen mist mijn tegenstander namelijk een goede winkans.

G5 is einde oefening voor wit als zwart volgt met h5 en h4. Wit heeft op een gegeven moment geen zetten meer en is geforceerd de verdediging van c4 op te geven.
Mijn tegenstander besluit echter Kf7 te spelen. De remise wordt gevonden. Df3+ forceert namelijk een dameruil, waarna de pionnen op c3, c4 en g4 een aantal belangrijke velden voor de zwarte koning afdekken. Na wat schuiven vindt de tegenstander het wel mooi geweest en biedt hij remise aan, nog voordat hij een zet heeft gedaan. Vorige week deed ik hetzelfde en werd ik daar tijdens de KNSB-wedstrijd (terecht) door de tegenstander op aangesproken, maar ik besluit er geen punt van te maken aangezien mijn tegenstander toch geen a6 of a5 gaat spelen. Gelet op alle beslommeringen van deze week voelt het als een remise met een gouden randje. Ik begin langzamerhand te begrijpen dat Kjeld Nuis zo blij kon zijn met brons, terwijl hij de vorige paar Winterspelen het niet deed voor minder dan goud.
Op bord 1 heeft Lucas volgens mij een vergelijkbaar verloop van de partij gehad. Naar eigen zeggen stond hij de hele partij ‘ruk’ en was de enige met spel zijn tegenstander. De tegenstander claimde volgens Lucas de overwinning al half door zijn bril af te zetten en triomfantelijk om zich heen te kijken met een blik van ‘ik heb gewonnen’. Daar had hij in principe ook alle reden voor, want de tegenstander stond lang objectief goed.
In onderstaande stelling heeft Lucas net Df4 gespeeld.

Df4 is objectief een remise.
Lucas had echter het idee dat Df4 slechts uitstel van executie was en dat hij verliezend stond, maar de tegenstander speelt Th6. Daardoor verscheen weliswaar een M in de evaluatie, maar in het voordeel Lucas.

Enkele onnauwkeurige zetten van beide kanten later marcheerde Lucas in onderhavige stelling stukken met schaak de stelling van wit binnen: … Le5+, Kg1 Db1+, Kf2 Rf8+ en wit geeft de dame op. Drie zetten later vindt de tegenstander van Lucas het mooi geweest en kan er een puntje worden bijgeschreven.
Dan naar Anne op bord 2. Met wit krijgt hij vroeg in de partij een klein voordeeltje, maar die werd niet benut. Daarna neemt de tegenstander het initiatief in de stelling over en vorkt de dame en toren van Anne:

Het lijkt er op dat wit materiaal verliest, maar Anne speelt Txg7+?! Is dat een briljante zet of is het bluf?
De tegenstander durft echter de toren niet te pakken en speelt Kh8, hetgeen een gelijke stelling oplevert. De analyse door de computer wijst echter uit dat zwart gewoon pakken, waarna wit hoogstens de h-pion kan slaan. Zwart kan daarna met … Kh7, Df4 f5 een kwaliteit teruggeven. Zwart komt dan in een positie met 2 pionnen minder, maar wel een extra paard plus wat spel.
Na … Kh8 volgt: De2 Pc3+:

Wit lijkt een kwaliteit te verliezen na bxc3 Db6+, Kc1 Dxa5. Toch blijkt Pc3+ na computeranalyse een blunder.
Wit heeft namelijk na … Dxa5, Tg3! en claimt een voordeel.

Na … Df5, Ld6 moet zwart de kwaliteit opgeven.
Het wegzetten van de toren wordt bij perfect spel namelijk afgestraft door een combinatie van Tf3 en Le5+ door wit, waarna wit een stelling overhoudt die even dominant is als Femke Kok op de 500 meter.
Deze variant werd logischerwijs echter niet gevonden door Anne en hij opteerde na Dxa5 gelijk voor Le5 om een aftrekaanval op te zetten. Na f6 geeft Anne de loper op door Txb7 fxe5, Dh5 te spelen:

Hier dreigt Anne Dxh6 en eeuwig schaak.
Zwart kan echter Tf6 spelen om dat te voorkomen en proberen het eindspel met een toren meer naar een overwinning te converteren. Dat miste Anne’s tegenstander echter en hij speelde … Tc7, waardoor Anne een half puntje kon noteren.
Zo worden op drie borden die allemaal slechter hebben gestaan toch 2 punten bij elkaar gesprokkeld. Dan hangt de einduitslag af van Mark op bord 3. Na een succesvol Tata Steel-toernooi besloot hij in de opening het roer om te gooien. De evaluatie bleef lange tijd veel gelijkenissen vertonen met de marge van Antoinette Rijpma-de Jong in de laatste ronde van de 1.500 meter. Dan weer +0,1, dan weer -0,1 en weer terug. Uiteindelijk komt onderstaande stelling op het bord.

Mark zet in deze stelling Jordan Stolz-achtige jets aan, rekent beter dan zijn tegenstander en ziet dat Txc2 gewoon een pion wint.
Na het winnen van een pion had Te2 en een torenruil op e2 de stelling in balans gehouden omdat wit wat spel krijgt. De tegenstander opteerde echter voor Tc8+, in welk geval een torenruil op f8 een sterk defensief paard op dat veld oplevert. Daarmee is de extra pion ‘clean’ veiliggesteld. Mark wikkelt vervolgens zakelijk af naar een eindspel en het paard kan helemaal van f8 naar a2 springen om nog een extra pion op te halen. Nadat ook de paarden van het bord zijn, gelooft de tegenstander wel dat Mark 2 pionnen meer kan converteren in een overwinning.
Daarmee komt de uitslag op 3-1 in ons voordeel. Dat is een mooie overwinning die ons naar de derde plaats in het klassement lanceert, zij het dat er in klasse 2A nog van alles mogelijk is, behalve kampioen worden. GC V is namelijk nog foutloos. Daaronder staan wel 4 teams op 5 matchpunten, waar wij er dus één van zijn. En dan zijn de komende twee wedstrijden nog tegen de twee laagst geklasseerde tegenstanders. Toch is het oppassen, want het verschil met die tegenstanders is maar 2 matchpunten. Wellicht heeft Maarten dan toch gelijk: Schakers moeten milder zijn voor zichzelf.

